
Marleen is oprichter en bestuursvoorzitter van Stichting Metoo. Geboren uit haar eigen ervaring en daarmee een persoonlijke missie om een veilige werk- en leefomgeving te creëren voor iedereen.
Sinds ik de politiek in 2018 heb verlaten, spreek ik mij uit vóór #MeToo en dus tégen grensoverschrijdend gedrag. Dit komt door mijn eigen ervaring met #MeToo in mijn bijna tien jaar politieke carrière. In het kort: ik ben gestalkt door een collega. Dit heb ik aangegeven, maar ondanks dat #MeToo overal in het nieuws was, werd er niets mee gedaan. Toen ook de bedrijfsarts tegen mij zei “dat ik nog kon lachen,” ben ik ermee gestopt. En deed ik wat zoveel slachtoffers doen: denken dat het mijn schuld was en dat ik het misschien verkeerd gezien heb.
Een ander #Metoo-incident was voor mij de druppel om echt de politiek te verlaten. Het was een afscheidsetentje van D66, mijn toenmalig partij, waarbij de fractievoorzitter van Rotterdam op de tafel klom en begon te speechen voor iedereen. Ten overstaande van iedereen, al mijn collega’s in die tijd, zei hij “dat ik de lengte van iemands lul wel zou weten”. Er werd gelachen en sommigen zeiden niets, maar niemand deed iets. Ik stond op en keerde letterlijk die avond de politiek de rug toe.
Een muur van stilte
Maanden gingen voorbij voordat het echt tot me doordrong waar ik was geweest en wat er was gebeurd. Het voelde alsof mijn geest het weigerde helemaal toe te laten, alsof ik mezelf tegenhield om alles onder ogen te zien. Maar heel langzaam begon ik erover te praten. Een podcast hier, een blog daar. Altijd in de marge, altijd op veilige afstand.
Dit bleef zo jarenlang, tot 2021. Toen bracht D66 naar buiten dat er binnen de partij geen sprake was geweest van grensoverschrijdend gedrag. En iets in mij knapte. Ik wist: dit is niet waar. Niet alleen vanwege mijn eigen ervaringen, maar ook vanwege de verhalen die anderen me hadden verteld. Ik postte erover op LinkedIn. De post ging viraal. En toen belde de Volkskrant.
Alleen ik was de enige die echt met naam in de krant wilde. De rest durfde niet. En één bron is geen bron – een regel die ik begrijp en zelfs waardeer in de journalistiek. Toch voelde het alsof ik een muur raakte. Niets werd gepubliceerd. Geen artikel, geen onderzoek, niets. Ik woonde inmiddels in Portugal en voelde hoe ik deze missie begon op te geven. Misschien moest ik gewoon accepteren dat sommige dingen nooit veranderen.
BOOS
Tot de online serie van BNNVARA, BOOS, grensoverschrijdend gedrag bij The Voice of Holland aankaartte. Veel mensen weten het niet, maar BOOS heeft grensoverschrijdend gedrag in Nederland op de kaart gezet. Het was er natuurlijk altijd al. Zo krijgt 52% tot 66% van de vrouwen en 19% van de mannen in zijn of haar leven te maken met fysiek grensoverschrijdend gedrag. Dat betekent dat letterlijk meer dan de helft van de vrouwen die jij kent hiermee te maken heeft.
Dankzij BOOS werd ik weer gebeld door de Volkskrant. Nu was alles anders. De Volkskrant ging nu echt op onderzoek uit en ontdekte dat het goed mis was bij D66. De partij had een rapport laten opstellen over grensoverschrijdend gedrag binnen de organisatie en, in mijn eigen woorden, de “goede” pagina’s gepubliceerd en de “slechte” niet. Dat werd groot nieuws, en ineens zat ik bij Eva Jinek aan tafel. Ja – dat ging allemaal heel snel, maar het was ook binnen een paar dagen weer voorbij. Een hele korte mediastorm waarin ik even opgeslokt werd.
Maar we hebben het er toch over?
Sindsdien ben ik steeds vaker naar buiten getreden met mijn verhaal over #MeToo. Het was alsof de wereld er opeens klaar voor was, alsof er ineens meer ruimte was om te luisteren. Dat voelde als een kleine overwinning – eindelijk werd er meer interesse getoond, eindelijk leek er wat beweging te zijn. En toch… ergens knaagde het. Want wat was er nu echt veranderd?
Ik had mijn verhaal inmiddels al talloze keren verteld, weer en weer. Mensen vonden het oprecht verschrikkelijk, in de media was er keer op keer weer een nieuw incident, dat steekt er weer een storm op – en dan? Dan ging het leven gewoon weer verder. Alsof de wereld even adem had ingehouden, maar al snel weer uitblies en verderging alsof er niets gebeurd was. En daar, in dat verdergaan, lag het knagen. Want hoeveel blijven we zeggen, voelen, luisteren, voordat we ook werkelijk veranderen?
De “Bangalijsten”
Ik deed mijn verhaal voor de podcast BLOOT en stond ook in FLAIR toen het nieuws me bereikte: een groep Utrechtse studenten had weer een bangalijst gemaakt. “Weer eens,” zeg ik, want inmiddels weet ik dat die lijsten er altijd zijn. Ze lekken alleen af en toe uit.
En toch… het raakte me. Niet alleen om die lijst – het gaat verder dan dat. Als het hier om mannen van tachtig jaar oud ging, had ik gedacht: Oké, dit sterft wel uit. Dit is iets van een oudere generatie. Iets wat ik ook vaak hoor: “O ja, die oude witte mannen.” Maar nee, dit zijn jonge mannen.
Onze toekomstige politici. Advocaten. Artsen. Denk daar eens over na. Zij zijn degenen die straks beslissingen nemen, recht spreken, levens redden. Hoe kunnen ze dat doen, hoe kunnen ze verantwoordelijkheid dragen, als dit de basis is die ze nu leggen? Dat is wat me raakt. Dat is wat me wakker houdt. Want het laat zien dat dit probleem niet sterft – het wordt doorgegeven. En dat breekt mijn hart.
Het idee & hoe het ontstond
Na dat zware interview zat ik nog met een knoop in mijn maag. In Costa Rica, waar ik op dat moment een tijdje woonde, deelde ik mijn frustratie met mijn Amerikaanse vrienden. Zij vertelden dat er in Amerika heel veel organisaties zijn die trainingen en bewustwordings-campagnes hebben, en vroegen zij: waarom ga ik dit niet in Nederland ging doen?
Hoe zit dat eigenlijk in Nederland? Dat vroeg ik me af. Dus ik begon te zoeken. Wat ik vond, was pijnlijk. Hier staat alles nog in de kinderschoenen. Mensen om me heen reageerden verbaasd: “Maar bestaat er niet al lang zoiets als een stichting Metoo?” Nee, dus. Heel eerlijk, ik denk dat we hier pas echt wakker werden na BOOS. Tot die tijd voelde de #MeToo-beweging als een verre echo, een soort “Amerikaans feestje.”
Het zette me aan het denken. Hoeveel meer MeToo-incidenten hebben we nog nodig? Hoeveel verhalen moeten we nog negeren voordat we eindelijk ophouden met wegkijken? Na jaren van praten en “oh, wat erg” zeggen – want dat kunnen we inmiddels allemaal wel – vond ik het tijd om iets te doen. Genoeg woorden. Het moest anders.
Tijd voor actie!
In de zomer van 2024 deed ik een oproep aan iedereen die mij wilde helpen met mijn missie, met Stichting Metoo. En kijk nu eens waar we staan. Ik ben zo ongelooflijk trots. Achter de schermen werkt een toegewijd team keihard. We hebben een gepassioneerde en stevige Raad van Toezicht en durven groot te dromen.
Mijn hoop? Dat we over een paar jaar kunnen zeggen dat 71% van de bedrijven in Nederland – net zoals in Amerikan – #MeToo-trainingen geeft. Dat het voor studenten niet meer normaal is om een bangalijst te maken, maar dat ze het vanzelfsprekend vinden om respectvol met elkaar om te gaan. Dat we samen een cultuur creëren waarin dit soort gedrag simpelweg niet meer bestaat. Dat is waar we voor gaan – en ik weet dat het kan.
